← Lesmateriaal
Woordenlijst
Digitale termen in gewone taal — voor aan de muur in de zaal, of om mee te nemen naar huis. Uit te breiden; volledige lijst volgt in print/PDF.
- Downloaden
- Iets van internet naar uw toestel halen en daar bewaren. Hetzelfde als lokaal opslaan — het bestand staat op uw telefoon, tablet of computer.
- Uploaden
- Iets van uw toestel naar internet sturen — het tegenovergestelde van downloaden.
- Wifi
- Draadloos internet in huis, via uw modem. Geen kabel nodig, wel dichtbij de router.
- Browser
- Het programma waarmee u websites bekijkt: Chrome, Safari of Edge. Hetzelfde als internet openen op uw scherm.
- App
- Een programma op uw telefoon of tablet — WhatsApp, de fotogalerij, weer-app.
- Link
- Een klikbare verwijzing naar een website. Vaak blauw en onderstreept.
- QR-code
- Een vierkant met streepjes. Met de camera opent u een link — hetzelfde als scannen in plaats van typen.
- DigiD
- Uw persoonlijke inlog voor veel overheidswebsites. Niet hetzelfde als een gewoon e-mailwachtwoord.
- AI / ChatGPT
- Software die tekst maakt of antwoord geeft. Lijkt soms op een gesprek — maar het is geen mens en kan fout zitten.
- Prompt
- Uw vraag aan AI, bijvoorbeeld: “Geef een recept voor appeltaart.”